Een paar jaar geleden kwam mijn man ’s morgens thuis van zijn werk en plaatste doodleuk een vogelkooi op de keukentafel. Tenminste, daar leek het op. Maar er zat geen vogel in! Een beetje stro op de bodem. Een klein groen huisje met een rood dakje erin. Verder nog wat loopplankjes en een waterbakje. Wat krijgen we nou? Van wie was deze kooi en vooral: wat zat er in?
De kriebels liepen me over de rug bij de gedachte aan enge beesten. Muizen en ratten, ik moet er niets van hebben. Schudden en rammelen met de kooi hielp niet; het bleef angstig stil. Uiteindelijk hield ik het niet meer van nieuwsgierigheid! Sja, je bent een vrouw of niet hè? Dus stelde ik mijn zich in stilte hullende eega de langverwachte vraag “Wat zit er in vredesnaam in die kooi?”. Hij lachte wat geheimzinnig en zei “een monster”. Nou, het was alles behalve een monster, het was een goudhamster!
Vanwege een allergie moest een collega van mijn man hem kwijt. Zijn argumenten als ‘het is echt een leuk beestje’ en ‘ach, ze worden niet zo oud’ trokken me over de streep. Wat dat betreft ben ik gauw overgehaald. Je gaat immers geen gasten weigeren die in nood zitten...
Wat waren we blij met onze gezinsuitbreiding. Onze kinderen waren dol op Pipi. Of het een meisje was, zijn we nooit te weten gekomen. We bleven gewoon ‘hij’ zeggen. Er werd een plastic loop-bal gekocht zodat Pipi het huis onbezorgd kon verkennen. En Pipi vond het heerlijk bij ons. Hij was ook heel actief! Normaal slapen hamsters overdag. Nou, die van ons niet. Als de kinderen ’s middags uit school kwamen stond ‘ie voor het deurtje te trippelen. Dan mocht hij rennen op de keukentafel en dat vond het beestje geweldig! Er werd wat later zelfs een buizensysteem aan de kooi bevestigd zodat de hamster nóg meer kon klimmen. En dat laatste hadden we nooit moeten doen…
In een boze nacht begaf het buizensysteem het en ontsnapte Pipi. Hij ging als altijd heel nieuwsgierig op onderzoek en kwam terecht in het elektrische gedeelte van onze vaatwasser. Daar zette hij zijn vlijmscherpe tandjes in de bedrading….. en toen viel de stroom bij ons uit…
De nieuwsgierigheid van onze hamster werd hem fataal. Dezelfde dag nog hebben we hem begraven bij ons in de tuin.
Een paar weken later vond ik dat onze jongste dochter zich wat vreemd gedroeg. Wat bleek? Ze had de hamster weer opgegraven want ze wou wel eens zien hoe hij er nu uit zag!
Onder de noemer ‘leergierig’ maar eigenlijk ontzettend nieuwsgierig hebben we samen gekeken.
De details zal ik je besparen.
Sja, je bent een vrouw of niet, he?
gepubliceerd op http://www.absolutelyenschede.nl/
donderdag 1 maart 2012
donderdag 23 februari 2012
Mama doet het...
Het is al een tijd geleden maar vergeten zal ik het nooit. Er stond een operatie op stapel waardoor ik minimaal zes weken mijn rechterarm niet kon gebruiken. Even helemaal uit de running. Lastig en vervelend maar ach, mijn gezin stond me half. De huishoudelijk taken werden keurig verdeeld. Zo leerden kinderen en manlief ook eens thuis de handen uit de mouwen steken...
Ik zal je verklappen, het is niet gemakkelijk om alles uit handen te moeten geven. Vooral niet als je altijd gewend bent om altijd alles zelf te doen. Maar, zoals mijn gezin me beloofde, samen redden we het wel! En ze hadden gelijk. Alleen… De voor mij doodnormaalste zaken van de wereld werden door het hele gezin voluit besproken en geëvalueerd. Ze stonden nog net niet in de krant! Kijk mam, ik heb gestofzuigd. En met de was geholpen. Boodschappen gehaald. Opgeruimd. Gestoft. Gedweild. Tafel gedekt. Je kent het wel, die rotklusjes, dus noem ze allemaal maar op. Daar draaide ik mijn hand nooit voor om. Ik sprak er niet over, ik dééd ze gewoon. En al werden niet alle klusjes uitgevoerd zoals ik het zelf zou hebben gedaan, ik had geen keus en berustte me in mijn lot. Ik moest toezien hoe de meute om me heen een huishoud-complot vormde.
Mijn man bereidde het avondeten. En al die weken dat hij kookte heeft hij niet één keer hetzelfde op tafel gezet. Een hele prestatie. Hiervoor werden dan ook kosten noch moeite gespaard. We hebben zelfs op een doordeweekse dag rosbief gegeten. Stond in het kookboek. Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Ja, ja, ik geef het toe: het was verrukkelijk! Elke avond een verrassingsmaaltijd.
Toch… Elke avond werd hij aan tafel meerdere malen door de kinderen geroemd en geprezen. Hij vroeg er ook echt naar! En de reactie was elke avond hetzelfde: “Mmmm, ja pap, je hebt weer lekker gekookt … Echt héérlijk! Toch mam?!” En dat was het ook. Maar ik begon me toch af te vragen waarom we telkens moesten zeggen dat het zo lekker was. En dat de kinderen dat dan ook zo gingen melden. Was er iets mis met mijn kookkunsten? Mij werd nooit gezegd dat ik lekker had gekookt! Ik kreeg hooguit een knikje. Meer niet.
Afijn, mijn schouder was na een aantal weken wat flexibeler en ik mocht weer plaats nemen in de keuken. Maaltijd na maaltijd toverde ik weer op tafel. Op mijn vraag of het lekker was, kreeg ik het bekende knikje. “Ja, lekker” kon er nog nèt van af. Of zoals mijn wederhelft dat dan zeer teder kan zeggen “ja, dit kun je wel binnen houden…” Mijn eten had absoluut geen smaakverschil met dat wat hij had gemaakt, maar het was allemaal weer zo gewoon. Mams deed weer alle klusjes en stond mooi achter het fornuis. Dus niet te veel zeggen, anders moeten we aan het werk. Eigenlijk deed iedereen weer zijn ‘oude’ ding. Niets hoefde er nog in de krant…
Het was goed dat ons gezin toen heeft gezien wat een gemiddelde werkende moeder allemaal doet. Of ze wat geleerd hebben betwijfel ik soms. Want als de vaatwasser nu schoon is en ze doen per ongeluk het deurtje open, dan worden ze al bang.
Oe, gauw die deur weer dicht!
Dat geglim doet zeer aan de ogen.
En ach… mama doet het wel…
gepubliceerd op http://www.absolutelyenschede.nl/
Ik zal je verklappen, het is niet gemakkelijk om alles uit handen te moeten geven. Vooral niet als je altijd gewend bent om altijd alles zelf te doen. Maar, zoals mijn gezin me beloofde, samen redden we het wel! En ze hadden gelijk. Alleen… De voor mij doodnormaalste zaken van de wereld werden door het hele gezin voluit besproken en geëvalueerd. Ze stonden nog net niet in de krant! Kijk mam, ik heb gestofzuigd. En met de was geholpen. Boodschappen gehaald. Opgeruimd. Gestoft. Gedweild. Tafel gedekt. Je kent het wel, die rotklusjes, dus noem ze allemaal maar op. Daar draaide ik mijn hand nooit voor om. Ik sprak er niet over, ik dééd ze gewoon. En al werden niet alle klusjes uitgevoerd zoals ik het zelf zou hebben gedaan, ik had geen keus en berustte me in mijn lot. Ik moest toezien hoe de meute om me heen een huishoud-complot vormde.
Mijn man bereidde het avondeten. En al die weken dat hij kookte heeft hij niet één keer hetzelfde op tafel gezet. Een hele prestatie. Hiervoor werden dan ook kosten noch moeite gespaard. We hebben zelfs op een doordeweekse dag rosbief gegeten. Stond in het kookboek. Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Ja, ja, ik geef het toe: het was verrukkelijk! Elke avond een verrassingsmaaltijd.
Toch… Elke avond werd hij aan tafel meerdere malen door de kinderen geroemd en geprezen. Hij vroeg er ook echt naar! En de reactie was elke avond hetzelfde: “Mmmm, ja pap, je hebt weer lekker gekookt … Echt héérlijk! Toch mam?!” En dat was het ook. Maar ik begon me toch af te vragen waarom we telkens moesten zeggen dat het zo lekker was. En dat de kinderen dat dan ook zo gingen melden. Was er iets mis met mijn kookkunsten? Mij werd nooit gezegd dat ik lekker had gekookt! Ik kreeg hooguit een knikje. Meer niet.
Afijn, mijn schouder was na een aantal weken wat flexibeler en ik mocht weer plaats nemen in de keuken. Maaltijd na maaltijd toverde ik weer op tafel. Op mijn vraag of het lekker was, kreeg ik het bekende knikje. “Ja, lekker” kon er nog nèt van af. Of zoals mijn wederhelft dat dan zeer teder kan zeggen “ja, dit kun je wel binnen houden…” Mijn eten had absoluut geen smaakverschil met dat wat hij had gemaakt, maar het was allemaal weer zo gewoon. Mams deed weer alle klusjes en stond mooi achter het fornuis. Dus niet te veel zeggen, anders moeten we aan het werk. Eigenlijk deed iedereen weer zijn ‘oude’ ding. Niets hoefde er nog in de krant…
Het was goed dat ons gezin toen heeft gezien wat een gemiddelde werkende moeder allemaal doet. Of ze wat geleerd hebben betwijfel ik soms. Want als de vaatwasser nu schoon is en ze doen per ongeluk het deurtje open, dan worden ze al bang.
Oe, gauw die deur weer dicht!
Dat geglim doet zeer aan de ogen.
En ach… mama doet het wel…
gepubliceerd op http://www.absolutelyenschede.nl/
zaterdag 11 februari 2012
Een andere vakantie...
De vakanties met
het gezin zijn altijd heerlijk geweest. We zijn sinds jaar en dag kampeerders
in hart en nieren. Met de caravan en de halve inboedel op weg naar zon, zee en
strand. Als echte Hollanders met onze eigen aardappelen en uien. En ik ben
nooit iets tekort gekomen, echt niet. Het waren ontspannende en inspannende
vakanties tegelijk. Een vakantie met het gezin blijft je namelijk bezig houden.
Want het is niet zo dat je dan ineens geen mama meer bent. Ik ben van mening
dat, als je die taak eenmaal op je hebt genomen, je daar je leven lang aan vast
blijft zitten. En zo hoort dat ook. En een ander soort vakantie zonder de
kinderen kwam niet eens in me op! Ik hoorde van andere vrouwen dat ze zonder
kinderen en alleen met vriendinnen op vakantie gingen. Ik vond dat maar raar.
Want hoe kun je nu zomaar zonder je gezin op vakantie gaan? Dat is toch niet
leuk?
Maar een paar
jaar geleden zaten mijn twee vriendinnen en ik op een avondje bij elkaar. En de
man van mijn vriendin vroeg waarom we niet eens samen weg gingen. Met z’n
drietjes. Naar een lekker warm land. Een weekje ‘bijtanken’. Natuurlijk had ik
gelijk mijn bedenkingen. De kinderen waren nog jong. De jongste was 11, de
oudste 13. En met een echtgenoot met onregelmatige werkuren vond ik ze te jong
om alleen thuis te laten. Gelukkig boden opa’s en oma’s uitkomst.
Dus, wat ik nooit
had kunnen bedenken, gebeurde. We boekten met ons drietjes een reis naar de zon.
Een weekje all-inclusive in een Turks vier-sterren hotel. Het was een klein en
knus hotel. Maar alles zat er op en er aan. We vonden het alle drie spannend,
misten onze gezinnen, maar deden waar we voor kwamen: genieten van rust en van het
heerlijke weer.
Tijdens die
vakantie merkte ik eigenlijk wat ik zoal doe tijdens de vakanties met het gezin.
Ik miste het wel en niet. Want ik vond het heerlijk dat ik niets hoefde te
doen. Geen bed opmaken. Niet te bedenken wat ik ’s avonds op tafel moest
toveren. Niet afwassen, opruimen, stofzuigen, afstoffen. Eigenlijk hoefde ik niets.
Alleen maar op te staan, aan te schuiven en de rest van de tijd te genieten. Een
onbekende wereld opende zich voor me. Het all-inclusive hotel-leven. En dat voor een weekje.
Maar ik wou toch ook de vakanties met het gezin niet missen. Voor geen goud!
Weer thuisgekomen
kon ik meteen weer volop aan de bak. Het gezinsleven was thuis gewoon
doorgegaan. Er lag een mooie berg wasgoed en daar kon mijn eigen koffer ook nog
wel bij. En het deerde me niet. Want ik was mijn gezin dankbaar dat ze me deze
kans hadden gegeven om dit met mijn vriendinnen te doen. Dat ze me dit gunden.
Je snapt dat die
vakantie naar meer smaakte. Dus sinds dat jaar zijn mijn vriendinnen en ik
ieder jaar een weekje uit de realiteit van werk en gezin ontsnapt. En wat
hebben we samen vreselijk gegierd van het gelachen. Maar ook gejankt. Zoals
vriendinnen doen.
En onze
vriendschap, die kreeg een extra tintje.
Het tintje van de
Turkse zon!
Zonnige groeten,
Lorette
in februari 2012 gepubliceerd op de site van szomers.nl
maandag 6 februari 2012
Een sprookje...
Er was eens… een vrolijk onbezorgd meisje. Haar naam was Isabel. Ze leefde in een wereld vol liefde en geluk. Overal zag ze vrienden en mogelijkheden. En ze was nooit alleen.
Want op haar linkerschouder zat Bengeltje. Die fluisterde Isabel lieve en aardige dingen in. Over wat ze kon zeggen. Hoe ze vriendelijk kon zijn. Hoe ze aardig gevonden kon worden. Dat ze bepaalde dingen niet moest doen. Omdat ze dan misschien iemand zou kwetsen. En ze wou toch zelf ook niet gekwetst worden? Bengeltje had nog veel meer van dat soort lieve-aardige-leuke adviesjes. De hele dag kwaakte die Bengel erop los. En het ging goed met Isabel.
Maar op haar rechterschouder zat Bungel. Isabel noemde hem zo omdat ze niet zoveel met Bungel gemeen had. Hij ‘bungelde’ er maar een beetje bij. Alles wat Bengel voorstelde werd door Bungel de grond in getrapt, genegeerd of belachelijk gemaakt. Bungel had het niet zo op lief, leuk en aardig. Bungel was hard. Knetterhard.
Op een koude donderdagavond loopt Isabel door de stad. Het is koopavond. Dan vindt ze de stad op haar mooist met al die lichtjes en kleurtjes. Ze houdt van deze stad.
Als ze een grote winkel binnen wil gaan staat Isabel even stil in de heteluchtverwarming die gratis de straat op vliegt. Bengel verzucht “ooh, hier is het lekker, blijf even staan om warm te worden!” terwijl Bungel sist “wat ’n energieverspilling! Belachelijk!”. Hoofdschuddend en glimlachend tegelijk loopt ze verder. Dan loopt er een moeder met een nogal brede kinderwagen voor haar. Bengel zegt “Ach kijk, wat een lieve baby’s!” terwijl ze in de kinderwagen gluurt. Bungel snauwt “Mens, sodemieter eens op met die bak! Hoppa, aan de kant. Die blagen van jou hadden al lang in bed moeten liggen.”
Isabel merkt meer en meer dat ze niet in balans is. Want Bungel krijgt de overhand. Hij schreeuwt harder dan Bengel. Bengel wordt stiller en stiller.
Isabel krijgt ook zelf de neiging om zich negatief uit te laten. Over van alles en nog wat. Over de euro. Over programma’s op tv. Over kinderen. Europa. De wereld. Het heelal. Waar ze ook maar een belachelijke bewoording van kan maken; ze zit er bovenop. Middelvingers schieten omhoog. Vingers wijzen naar haar voorhoofd. En daarbij spreekt Bungel slecht over Bengel. Alle remmingen leken weg bij Isabel. En terwijl Bungel al bozer en roder wordt, zit Bengel er maar witjes bij…
Isabel mist Bengel. Ze mist de liefde en tederheid. Ze merkt dat ze door Bungel wordt gemaakt tot een persoon die ze niet wil zijn. Bengel fluistert af en toe nog wat, maar over het algemeen is het stil…
En dan, ineens, is Isabel het zat. Ze kan er niet meer tegen. Het vreet haar op. Het kost haar meer en meer energie. En dat allemaal door die vervelende Bungel! Altijd dat gestuntel met andere mensen. Altijd negatief. Ze voelde steeds vaker hoe zwaar hij op haar schouder leunde. Hoe hij de overhand had bij haar woorden en beslissingen.
Uiteindelijk kwam Isabel tot de conclusie: de knop moest om. Die Bungel moest weg. Opzouten. Weg ermee. Het land uit. Of beter nog: de wereld uit.
“Ja maar” zo fluisterde Bengel, “die Bungel meent het niet zo…”
Waren dat nou de woorden van een softie? Een zacht ei? Nee, het waren de woorden uit een goed hart.. Wat een lieverd. Het hart van goud had gesproken.
Isabel dacht na en ze stuurde Bungel uiteindelijk op cursus naar zo’n ‘tsjakka’-goeroe. Daar kon hij op zoek naar evenwicht. Naar liefde en respect. Naar yin en yang. Positief zijn. Geluk zoeken en vasthouden.
En allemaal moesten ze vergeten en vergeven. En samen doorgaan. Sámen op weg naar een mooie zinvolle toekomst.
En het mooie van dit verhaaltje is natuurlijk: ze leefden nog lang en gelukkig!
De moraal van het verhaal: probeer het positieve in het leven te zoeken, te vinden en vast te houden. Het maakt alles zoveel gemakkelijker.
Was het een sprookje? Dat hoop ik niet.
Want ach, die Bengel…
Is soms nét een engel….
dinsdag 24 januari 2012
Hotel Mama...
Bij ons thuis komt en gaat iedereen wanneer ze maar willen. Wij noemen ons huis dan ook wel eens gekscherend ‘Hotel Mama’. Die reclamezuil heb ik overigens gestolen van mijn broer; onderstaande situatie schijnt namelijk bij meerdere gezinnen in onze familie voor te komen…
Onze kinderen zijn vaste stamgast in Hotel Mama en mogen er leven en genieten. Dat doen we zelf immers ook met volle teugen! En puilt soms de keuken uit van alle mee-eters, de volgende dag zitten we er met z’n tweetjes. De ene keer is ons hotel volgeboekt met logeetjes die allemaal willen mee-ontbijten, een andere keer is het er uitgestorven en blijf ik met de gebakken eieren zitten.
Toch zijn de wensen in Hotel Mama voor bijna alle gasten hetzelfde. Het hotel moet er netjes uitzien. De kleren moeten schoon in de kast liggen. Het eten moet op tijd op tafel staan.
En wat krijgen we ervoor terug? De gasten betalen allemaal slecht. En ze moeten altijd weten waar de waard uithangt. Mijn mobiel vergeten? Onmogelijk! Een hotel is nu eenmaal 24 uur per dag open en bereikbaar voor de gasten, is het niet?
In ons hotel ben ik de multifunctioneel inzetbare kracht. Ik ben de waard, de kok, de serveerster, het kamermeisje, de taxichauffeuse, de wasserette, de linnenkamer, de politieagente, de toiletjuffrouw en de receptioniste. Functies die ik overigens meestal probleemloos afwissel en combineer.
Op een doorsnee dag ren ik met de boodschappen in en uit ons hotel, voer ondertussen een gesprek aan de telefoon, begroet de hond, schop mijn hakken uit, pak alle boodschapjes weg, begin met het eten en zet de wasmachine tussendoor even snel aan. En ergens, tussen al die bezigheden verlies ik dan nog wel eens het overzicht. Zo heb ik een keer mijn portemonnee teruggevonden in de vriezer. Het gegiechel van de gasten over mijn warrigheid accepteer ik schaamteloos. Ze hebben gewoon geen idee waar ik mee bezig ben. Niet dat ik dat zelf wèl weet…
Toch vind ik het belangrijkste dat we ons allemaal goed voelen in Hotel Mama. En dat doen we.
Soms helpen onze dochters me ‘vrijwillig’ mee om deze goedlopende zaak te runnen. Maar net zo vaak moet ik ze lief-dwingend vragen of ze de handen even uit de mouwen willen steken. Voor wat hoort wat. De ene hand wast de andere. Je kent dat soort uitspraken wel.
En dan, heel soms, als ik dan heel druk ben geweest, kan ineens mijn positieve stemming omslaan. Als ik voor de zoveelste keer alle zooi loop op te ruimen. Alweer moet stofzuigen, potten moet uitsoppen en de was sta te strijken. Hallóóó?! Ben ik hier alleen of zo? Alsof ik niets anders en beters te doen heb!? Want naast Hotel Mama heb ik ook nog andere wél-betaalde buiten-hotelse-werkzaamheden!
En dat die stamgasten dan potverdorie maar een beetje lopen te flierefluiten en te lanterfanten. De student uithangen en daarbij van elke dag genieten… Schandelijk!
Nou ja… eigenlijk wel heerlijk hè? Volgens mij is de omslag van mijn stemming meestal te wijten aan jaloezie. Want wat zou ik dat nog graag willen. Af en toe. Uitslapen tot 3 uur ’s middags. Als de stofzuiger voorbij komt even de beentjes optillen. Vragen hoe laat we gaan eten. En als de tafel gedekt moet worden, eerst uitgebreid naar het toilet moeten. Moet de hond eruit? Maar ik moet nu weg, anders mis ik de trein…
Op dit moment kan ik me ons hotel nog niet voorstellen zonder stamgasten; toch zou ik tijdens die omslagmomenten Hotel Mama het liefste even sluiten. Laat me met rust! Doe het lekker zelf! Allemaal: opzouten!
Maar ho, mijn geliefde ‘medewerker van de Huishoudelijke Dienst’ moet dan natuurlijk wel blijven!
Om mij te vertroetelen als ik gastloos onderuitgezakt ga bankhangen.
(Gepubliceerd op Absolutely Enschede)
Onze kinderen zijn vaste stamgast in Hotel Mama en mogen er leven en genieten. Dat doen we zelf immers ook met volle teugen! En puilt soms de keuken uit van alle mee-eters, de volgende dag zitten we er met z’n tweetjes. De ene keer is ons hotel volgeboekt met logeetjes die allemaal willen mee-ontbijten, een andere keer is het er uitgestorven en blijf ik met de gebakken eieren zitten.
Toch zijn de wensen in Hotel Mama voor bijna alle gasten hetzelfde. Het hotel moet er netjes uitzien. De kleren moeten schoon in de kast liggen. Het eten moet op tijd op tafel staan.
En wat krijgen we ervoor terug? De gasten betalen allemaal slecht. En ze moeten altijd weten waar de waard uithangt. Mijn mobiel vergeten? Onmogelijk! Een hotel is nu eenmaal 24 uur per dag open en bereikbaar voor de gasten, is het niet?
In ons hotel ben ik de multifunctioneel inzetbare kracht. Ik ben de waard, de kok, de serveerster, het kamermeisje, de taxichauffeuse, de wasserette, de linnenkamer, de politieagente, de toiletjuffrouw en de receptioniste. Functies die ik overigens meestal probleemloos afwissel en combineer.
Op een doorsnee dag ren ik met de boodschappen in en uit ons hotel, voer ondertussen een gesprek aan de telefoon, begroet de hond, schop mijn hakken uit, pak alle boodschapjes weg, begin met het eten en zet de wasmachine tussendoor even snel aan. En ergens, tussen al die bezigheden verlies ik dan nog wel eens het overzicht. Zo heb ik een keer mijn portemonnee teruggevonden in de vriezer. Het gegiechel van de gasten over mijn warrigheid accepteer ik schaamteloos. Ze hebben gewoon geen idee waar ik mee bezig ben. Niet dat ik dat zelf wèl weet…
Toch vind ik het belangrijkste dat we ons allemaal goed voelen in Hotel Mama. En dat doen we.
Soms helpen onze dochters me ‘vrijwillig’ mee om deze goedlopende zaak te runnen. Maar net zo vaak moet ik ze lief-dwingend vragen of ze de handen even uit de mouwen willen steken. Voor wat hoort wat. De ene hand wast de andere. Je kent dat soort uitspraken wel.
En dan, heel soms, als ik dan heel druk ben geweest, kan ineens mijn positieve stemming omslaan. Als ik voor de zoveelste keer alle zooi loop op te ruimen. Alweer moet stofzuigen, potten moet uitsoppen en de was sta te strijken. Hallóóó?! Ben ik hier alleen of zo? Alsof ik niets anders en beters te doen heb!? Want naast Hotel Mama heb ik ook nog andere wél-betaalde buiten-hotelse-werkzaamheden!
En dat die stamgasten dan potverdorie maar een beetje lopen te flierefluiten en te lanterfanten. De student uithangen en daarbij van elke dag genieten… Schandelijk!
Nou ja… eigenlijk wel heerlijk hè? Volgens mij is de omslag van mijn stemming meestal te wijten aan jaloezie. Want wat zou ik dat nog graag willen. Af en toe. Uitslapen tot 3 uur ’s middags. Als de stofzuiger voorbij komt even de beentjes optillen. Vragen hoe laat we gaan eten. En als de tafel gedekt moet worden, eerst uitgebreid naar het toilet moeten. Moet de hond eruit? Maar ik moet nu weg, anders mis ik de trein…
Op dit moment kan ik me ons hotel nog niet voorstellen zonder stamgasten; toch zou ik tijdens die omslagmomenten Hotel Mama het liefste even sluiten. Laat me met rust! Doe het lekker zelf! Allemaal: opzouten!
Maar ho, mijn geliefde ‘medewerker van de Huishoudelijke Dienst’ moet dan natuurlijk wel blijven!
Om mij te vertroetelen als ik gastloos onderuitgezakt ga bankhangen.
(Gepubliceerd op Absolutely Enschede)
vrijdag 20 januari 2012
Rotzak...
Daar staat hij. Voor mijn deur. Ik heb zo’n vreselijke hekel aan hem! Dat komt omdat hij ook vreselijk ís. Een rotzak is het. Als hij bij me is merk ik dat andere mensen me mijden. Begrijpelijk. Niemand mag hem...
Maar ja, áls hij er eenmaal is kan niemand om hem heen. Ook ik niet. Daarbij komt dat hij meestal onaangekondigd arriveert. En dan is hij ook meteen zo nadrukkelijk aanwezig.
Dit keer heb ik hem eigenlijk wel zien aankomen. Ik had hem namelijk al lange tijd niet gezien. En dan kan ik hem een keer verwachten hè? Nou, daar gaan we…
Zonder twijfel klopt hij aan. Want de bel doet het niet. Ik negeer hem. Kijk snel de andere kant uit. Hoop dat hij verdwijnt. Nee, hij verdwijnt niet. Maar ik doe niet open. “Blijf waar je bent!” denk ik. En omdat ik hem niet wíl zien lijkt het even alsof hij toch het hazenpad gekozen heeft. Maar dan, als ik even de deur open een kier zet, is hij al naar binnen geslopen. Geruisloos staat ie voor mijn neus…
Het lijkt ook dit keer alsof ik niet aan zijn aanwezigheid kan ontkomen. Eigenlijk wil ik hem verbannen. Hem uit mijn leven houden. Voor eeuwig en altijd. Misschien dat er ooit een tijd komt…
Hij raakt me aan maar ik sla hem bij me weg. Ik kan hem nu niet gebruiken met zijn geëtter. Hij komt altijd op het moment dat ik geen tijd voor hem heb. En hij vraagt altijd zoveel tijd. En energie…
Maar dan, ineens, heeft hij me helemaal in zijn greep. Een siddering gaat door mijn lijf. Hoe doet hij dat? En waarom moet hij mij hebben? Terwijl ik me uit alle macht probeer van hem los te trekken blijft hij aandringen. En of ik wil of niet, hij krijgt me zover. Met niet al te veel moeite sleept hij me mee naar mijn slaapkamer. Daar, in mijn bed, ben ik alleen met hem. En hij doet met me wat hij wil. Mijn lijf schreeuwt het uit maar mijn keel en lippen zijn droog. Ik zwijg…
Kotsmisselijk word ik van hem. Ja, soms kan hij vreselijk misselijkmakend zijn. Ik ben radeloos. Iedere poging om mijn bed te verlaten wordt door hem met een schijnbaar eenvoudige beweging afgestraft. Uiteindelijk heb ik helemaal geen kracht meer. Geef me helemaal aan hem over. O wat voel ik me een slappeling als hij bij me is. En zielig.
Maar niemand kan me helpen.
Hij is en blijft mijn probleem.
En nu heeft hij me helemaal...
De griep.
dinsdag 3 januari 2012
Schrobben!
Er zijn van die plaatsen in je huis die je gewoon wat vaker onder handen moet nemen. Hierbij denk ik vooral aan het kleinste kamertje. Al was het alleen maar om de voorraad toiletpapier aan te vullen. Maar toch ook om de spetters en de remsporen te verwijderen. Ik kan er moeilijk over lopen doen, maar het is de realiteit. Waar niet? Ik denk dat het overal wel zo is. De mensen hebben het er liever niet over. Ach, over het algemeen ben ik er rap klaar mee. Flink heet sopje, blik op oneindig, ademen door de mond en schrobben die handel. Toch heeft nog nooit iemand me een compliment gegeven over het toilet. Dat het zo fris ruikt. Of dat het er zo mooi schoon is. En als ik het zo bekijk is dat hele schoonmaakwerk eigenlijk een ondankbare klus. Een wekelijks terugkerend proces. En ik krijg er geen cent voor betaald. Maar nou dat hoeft ook niet hoor want ik doe het met alle liefde.
Dat geldt eigenlijk voor alle klusjes thuis. Door al die karweitjes kreeg ik overigens diep respect voor onze oude generatie. Die generatie van ‘toen er nog geen volautomatische wasmachine was’. Want laten we eerlijk wezen, wat zijn wij eigenlijk verwend! Onze oud-oma’s moesten alles met het handje wassen en spoelen. In een grote prehistorische teil stond de was toen boven het vuur te weken. Mijn moeder deed dat ook met onze bedsprei, maar dan op het gasfornuis. Ik weet nog dat ze er zo’n blauw balletje aan een touwtje bij in deed. Mijn vader noemde het een ‘hou-mie-blauw-zakje’. De zelfgebreide spreien waren daarna parelwit. Daar kan menig turbowasmiddel van tegenwoordig nog een wit puntje aan zuigen!
Vroeger was het wassen met een teiltje nog de gewoonste taak van de week. Toen werd alles, inclusief het ondergoed, op het wasbordje gewassen. Ik zie het voor me: met een borstel de bruine strepen en de harde stukjes eruit schrobben. En maandverband uitkoken. Die oma’s deden het vast met liefde. Dat moet wel. Anders waren ze allemaal gillend weggelopen. Want wat een rotklus!
Als ik nog denk aan de eerste vakantie met mijn man, dan lopen me nòg de rillingen over de rug. In die eerste vakantie heb ik af en toe een paar dingen met de hand moeten wassen. Ach, je bent jong, stapelverliefd en je wilt je van je beste kant laten zien. Een shirtje en een broekje, ik vond het zelfs wel wat hebben. Dat hing dan naast ons tentje aan een provisorisch waslijntje. En ik deed het met liefde. Maar ik heb er ook zijn stoffen zakdoeken gewassen. Geheel vrijwillig overigens. Daar stond ik. Op de camping. Met de allerbeste bedoelingen en met een emmertje vol snotlappen. Die ging ik wel eventjes wassen… met het handje. Het water was lauw en de zakdoeken bleven glibberen tussen mijn vingers. Echt gruwelijk!
Ach, “ik doe het echt met liefde” zei ik nog voor ik weg liep…
Tegenwoordig zorgt hij er voor dat hij genoeg zakdoeken meeneemt.
Voor zichzelf. En ook voor mij.
Met liefde…
gepubliceerd op http://www.absolutelyenschede.nl/
Dat geldt eigenlijk voor alle klusjes thuis. Door al die karweitjes kreeg ik overigens diep respect voor onze oude generatie. Die generatie van ‘toen er nog geen volautomatische wasmachine was’. Want laten we eerlijk wezen, wat zijn wij eigenlijk verwend! Onze oud-oma’s moesten alles met het handje wassen en spoelen. In een grote prehistorische teil stond de was toen boven het vuur te weken. Mijn moeder deed dat ook met onze bedsprei, maar dan op het gasfornuis. Ik weet nog dat ze er zo’n blauw balletje aan een touwtje bij in deed. Mijn vader noemde het een ‘hou-mie-blauw-zakje’. De zelfgebreide spreien waren daarna parelwit. Daar kan menig turbowasmiddel van tegenwoordig nog een wit puntje aan zuigen!
Vroeger was het wassen met een teiltje nog de gewoonste taak van de week. Toen werd alles, inclusief het ondergoed, op het wasbordje gewassen. Ik zie het voor me: met een borstel de bruine strepen en de harde stukjes eruit schrobben. En maandverband uitkoken. Die oma’s deden het vast met liefde. Dat moet wel. Anders waren ze allemaal gillend weggelopen. Want wat een rotklus!
Als ik nog denk aan de eerste vakantie met mijn man, dan lopen me nòg de rillingen over de rug. In die eerste vakantie heb ik af en toe een paar dingen met de hand moeten wassen. Ach, je bent jong, stapelverliefd en je wilt je van je beste kant laten zien. Een shirtje en een broekje, ik vond het zelfs wel wat hebben. Dat hing dan naast ons tentje aan een provisorisch waslijntje. En ik deed het met liefde. Maar ik heb er ook zijn stoffen zakdoeken gewassen. Geheel vrijwillig overigens. Daar stond ik. Op de camping. Met de allerbeste bedoelingen en met een emmertje vol snotlappen. Die ging ik wel eventjes wassen… met het handje. Het water was lauw en de zakdoeken bleven glibberen tussen mijn vingers. Echt gruwelijk!
Ach, “ik doe het echt met liefde” zei ik nog voor ik weg liep…
Tegenwoordig zorgt hij er voor dat hij genoeg zakdoeken meeneemt.
Voor zichzelf. En ook voor mij.
Met liefde…
gepubliceerd op http://www.absolutelyenschede.nl/
Abonneren op:
Posts (Atom)