maandag 17 september 2012

Op zoek naar de tas


Ik ben weer eens mijn sleutels kwijt. En mijn leesbril. Het hele huis doorzocht maar ik kan ze niet vinden. Mijn lief adviseert me om mijn tas eens goed na te kijken. En jawel, wat vis ik daar van de bodem van de oceaan? Mijn sleutels en mijn leesbril! Nu is de maat vol. Ik ben gewoon toe aan een andere tas. Nu zou je denken dat dat een eenvoudige klus is. Nou, niets is minder waar.!
Mijn huidige tas heeft maar één vak waar je de hele zooi in één keer in moet mikken. Dus brillen, sleutels, een klein make-up tasje, mini-deo, portemonnee, autopapieren, mijn pasjesmapje, pennen, papier, zakdoekjes, snoepjes, telefoon, ga maar door… alles op één berg. Het is net een mixer. Als je het éne ding uit je tas pakt, verplaatst het andere zich stiekem. Als ik iets zoek dan doe ik dat meestal op de tast. Even grabbelen en… altijd prijs!
Weet je, ik wil een vrolijke, leuke, praktische en vlotte tas. En een betaalbare! Ik heb veel gewéldige tassen gezien. Met veel ooh’s en aah’s heb ik ze door mijn handen laten gaan. Maar zodra ik er in keek, kon ik ze gelijk terugzetten. Of zodra ik het prijskaartje zag. Soms had een tas wel twee(!) vakjes en soms was de opening zo klein dat ik m’n portemonnee er amper in of uit kon krijgen. Nergens vond ik een leukerd met zes of acht vakjes zonder dat het gelijk op een hutkoffer leek.
Tot nu toe ben ik nog niet geslaagd. Maar zo kan het ook niet langer. Onlangs nog. Stond ik thuis wild met mijn tas bij m’n hoofd rammelen. Ik heb namelijk aan mijn sleutelbos zo’n poezenbelletje gedaan. Kijk, dat werkt zo: ik schud gewoon even flink met m’n tas en dan hóór ik gewoon of mijn sleutels in mijn tas zitten. Hoef ik niet meer te kijken. Kan ik gerust het huis verlaten omdat ik mijn sleutels ‘gehoord’ heb. Slim he? Maar ja… Soms liggen er wel eens losse euromuntjes in mijn tas. Voor het karretje van de super. En laten die losse muntjes nou nét zo klinken als dat poezenbelletje…
Sta je daar. Met je goede gedrag voor de gesloten deur.
Dus echt, ik móet een nieuwe tas.  En dan natuurlijk ook leuke bijpassende schoenen. En een leuke broek en shirtje erbij. Of een jas? Ach wat vervelend allemaal… Wij vrouwen hebben het maar lastig. Maar ja, soms móeten we wat hè? ;-)


Gepubliceerd op Absolutely Enschede

maandag 3 september 2012

Ruhe, rust en heanig an...


Zomervakantie? Schitterend. Heerlijk. En… verrassend. Jong en oud is op zoek naar rust, genot en gezelligheid. Of wil iets ondernemen. Bijna geen vakantie is hetzelfde. Toch gaan de meeste mensen erop uit om te genieten. Ik hoop van harte dat je een mooie vakantie hebt. Of hebt gehad. Met ontspanning. En vooral: dat je hebt genoten!
Dit jaar kwamen wij op een camping waar een enorme plek was afgezet met rood-wit lint. Alsof het een plaats delict was. Er stonden een paar kleine tentjes en een oude vouwwagen. En… het was er best een zootje. ‘s Avonds arriveerde een grote groep jongeren van het strand met een oud busje. Zij waren de ‘eigenaren’ van die plek en stonden dus achter het lint. De deuren van het busjegingen open en vele blikken en flessen drank werden uitgeladen. Die waren vast niet vies van feestjes. Dat beloofde een lange nacht te worden… De uit de kluiten gewassen jongeren maakten het zich onder de twee partytenten gemakkelijk en op hun grote zware tuinmeubelen werd het een gezellige boel. Ze waren wat aan het dollen en aan het lachen. Maar, er was absoluut geen overlast. Ze waren zelfs een lust voor het oog! Het waren brave gezellige burgers. Zo zie je maar, niets is wat het lijkt.
In een andere plaats leerden we een aantal Duitse mensen kennen en na het avondeten zaten we gemoedelijk bij elkaar. We spreken een aardig woordje Duits en zelfs de overige Nederlandse gasten dachten dat wij Duitsers waren. Geheel ontspannen genoten we van de mooie dag die we hadden gehad. Ervaringen en reisverhalen werden uitgewisseld. Een wijntje later arriveerde een Belgisch stel in het schemerdonker. De man parkeerde zijn vehikel 20 meter verderop. Eerst met de deur naar ons toe. Na tien minuten om zijn vakantiepaleis te zijn gelopen besloot hij dat zijn hut moest worden omgedraaid. Hij maakte geen ontspannen indruk. Eigenlijk… spatte de stress van zijn lijf. Na een paar minuten flink aan zijn stuur te hebben gedraaid stond hij andersom. Zo zeg, díe was aan vakantie toe! Het was volgens mij besmettelijk want zijn wederhelft had dezelfde stress-symptomen. Binnen drie minuten waren alle luiken gesloten. Geen goedenavond, geen knikje en zelfs… geen wijntje op deze prachtige zomeravond!
Er zaten die avond nog vele groepjes reizigers bij elkaar te genieten maar na een kwartiertje vloog de deur van de nieuwe logé open en baande de man met grote stappen onze kant uit. Met de wijsvinger in de lucht zei hij bozig (overigens op zijn mooiste Duits) dat het al ‘Mitternacht war’ en dat hij wou ‘schlafen’. We moesten állemaal zachtjes doen.
Onze uurwerken stonden op dat moment bijna op half elf dus we zwegen allen wijselijk. We keken hem eigenlijk alleen maar vol verbazing aan.
Bij het weglopen mopperde hij nog even flink op ‘al die vreselijk lawaaiige Duitsers’.
Ach meneerke, niets is wat het lijkt…

(gepubliceerd op Absolutely Enschede)

zaterdag 18 augustus 2012

Genotszakje :-)


Wie kent die momenten niet: dat je in de auto iets te knagen moet hebben. Te happen. Te snoepen. Mijn gedachten flitsen dan van grote zakken Engels drop naar een zuinig 1-calorie-arm Tik-tak-je. Ik ben dol op (oftewel verslaafd aan) dropjes, snoep, pepermunt… eigenlijk alle vormen van snoep. Grote zakken, kleine zakken, doe ze in mijn autootje! Vaak ligt er een zak in mijn auto. Leeg wel te verstaan.
Zo’n knaagmoment had ik ook vorige week. Het dashboardkastje was leeg. Mijn tas had ik al op de kop gezet maar ook daar kwam weinig eetbaars uit. Dus wat moet je dan? Ik moest toch nog tanken dus sloeg ik twee vliegen in één klap. De auto weer een volle buik en ik weer wat snoep in mijn autootje.
Het hele snoepschap kan ik drómen! Ik wist dus al, voordat ik bij het tankstation aankwam, welke zak de mijne zou worden. Het zou die met die drop-mix worden. Zoet, zout en pepermunt in één zakje. Heerlijk. Dat werd die dag mijn genotszak!
Al lachend en zingend stapte ik uit. Juist, eerst even tanken. Mijn vrolijkheid werd tijdens het tanken aardig op de proef gesteld. De euro-teller kwam steeds dichter bij de honderd. Even dacht ik dat ik de magische grens ging halen maar vlak voor de honderd kon er geen druppel meer bij in… Slik. Wat een prijzen! Ze weten aan de pomp wel hoe ze jouw grijns van je smoel moeten halen.
Er flitsten toen ineens allemaal gedachten door mijn hoofd. In Swaziland kost een litertje slechts 10 cent. En in Koeweit 18 cent. Water is in die landen wel hartstikke duur.
Dus… wat als we … eens een geultje graven van zo’n oliestaatje naar Nederland? En we gooien er twee pijpjes in. Eén voert het overtollige water Nederland uit. We hebben immers zat van dat regen-nat?! En die andere pijp gebruiken we om olie ons landje in te laten stromen. Swaziland blij en Nederland blij. Juist…
Wel prettig die kinderlijke gedachten. Dat is vast één van de redenen waarom ik niet de politiek in ben gegaan.
Maar kom me niet aan met de milieuvriendelijkste optie: ‘dan ga je toch op de fiets?’ Dat wil je niet meemaken! Want ik heb áltijd tegenwind… en als ik ga fietsen regent het áltijd… Je wilt mij daarom écht niet dagelijks op de fiets, tenzij je de toeristische industrie om zeep wilt helpen! ;-)
Afijn, wat moet, dat moet. Dus na het tanken heb ik betaald.
Met loodvrij in m’n tank en lood in mijn schoenen.
Maar, het ergste ontdekte ik toen ik bijna thuis was…
Ik was mijn genotszak vergeten!

donderdag 5 juli 2012

Telefoonterreur!!!


Van huis uit ben ik beschermd opgevoed. Mijn moeder had de touwtjes goed in handen en daar maken we nu nog vaak grapjes over. Wat wil je, vier kinderen waarvan drie jongens! Ik was natuurijk de rustigste. Nou, ja, mijn moeder had in ieder geval weinig problemen met mij. Zegt ze. En als mijn moeder dat zegt, dan is dat zo!
Maar dan al die goede bedoelingen… Ach, je kent dat wel. Je groeit op en vindt al die bezorgdheid al gauw bemoeizucht. Je denkt dat je het allemaal wel weet. De ideeën van mijn moeder waren ouderwets en ze leek te leven in de prehistorie. Ja mam, ik weet nu wel beter. Maar ineens… Ineens werd ik opstandig en wou ik het op mijn eigen manier gaan doen. En ik weet één voorval nog heel goed… 
Ik was geloof ik 19 jaar jong en het was op een zaterdag avond. Mijn ouders vonden altijd dat ik op tijd thuis moest zijn. Ik was nog in de groei, moest er vroeg uit en meer van dat soort argumenten. Ja, mijn ouders vonden dat samen, maar mijn moeder bracht de boodschap over. Ze vond twaalf uur ’s nachts een mooie tijd om thuis te zijn. En als ik te laat was liet ze de telefoon altijd twee keer overgaan waarna ik braaf naar huis vertrok. Moeders wil was wet.
Nog even voor het plaatje: ik zat dus gewoon bij mijn schoonouders in huis. Ik hing dus niet in één of andere vage discotheek. Nee, braaf op de bank met de liefde van mijn leven. Kaarsjes aan, drankje erbij. Gezelligheid die geen tijd kende. Meer had ik niet nodig.
Tot op een avond… Ineens was het twaalf uur… Zelf had ik het gevoel dat de avond nog moest beginnen, zó gezellig was het. De tijd tikte echter onverbiddelijk door. Wat moest ik doen? Ik wist zeker dat mijn moeder thuis ook op de klok zat te kijken. Maar daar was de opstandige ik. Ik was verdorie 19 jaar! Dan was twaalf uur toch geen tijd om al thuis te moeten zijn? Mijn vriendin, die wel naar de disco ging, kwam soms pas om drie uur thuis! Ik vond dat ik gerust langer weg kon blijven, ik wist zelf wel wat goed voor me was. Dus bleef ik zitten.
En jawel, om tien minuten over twaalf ging de telefoon twee keer over. Dit was hét teken dat ik naar huis moest komen! Zenuwen gierden door mijn lijf. Na een kwartiertje trok ik de stoute schoenen aan en… liet de telefoon bij mijn ouders twee keer overgaan! Nu zouden ze het vast wel snappen. Het moest zijn afgelopen met die telefoonterreur. Om één uur zat ik nog steeds met een drankje bij mijn schoonfamilie. Maar echt lekker zat ik niet. Mijn lief bracht me naar huis. Het was slechts één kilometer fietsen maar door het lood in mijn schoenen leek de weg eindeloos…
De volgende dag liet ik mijn moeder heel subtiel weten dat ze niet meer hoefde te bellen. Ik kon zelf wel klokkijken en was in mijn ogen volwassen genoeg om wat later thuis te komen. Ze vond het vast niet leuk maar… ze heeft nooit weer gebeld! Later hebben we er hartelijk om gelachen. Je moet als ouders wel je grenzen stellen hè? Daar ben ik inmiddels wel achter mam!
Nog regelmatig gaat bij ons thuis de telefoon twee keer over.
Dat doen onze kinderen.
Nee, niet om te laten weten of ze wel of niet thuis komen.
Maar zodat ik ze terug kan bellen.
Omdat hun beltegoed weer eens op is…..

donderdag 28 juni 2012

Kunstig!


Ik heb geen artistieke kwaliteiten. En er gaat zeker geen kunstenaar schuil in mij. Maar ik ken mensen die met een potloodje of met een beetje verf de prachtigste dingen tevoorschijn toveren. Ik noem dat magie. Ze maken van een blanco doek de mooiste creaties. Een beetje jaloers kan ik daar wel op worden…
Met een groep vriendinnen heb ik tijdens een weekeindje-weg een acrylverf- workshop gehad. We moesten, onder begeleiding, binnen een paar uurtjes iets met bloemen op het witte doek toveren. Ik bedacht dat een hortensia wel een leuke bloem zou zijn… Het ging natuurlijk om de gezelligheid en dat we samen bezig waren. Maar, zoals het een beetje streber betaamd, wou ik ook een ‘behoorlijk’ eindresultaat. Ik kon natuurlijk niet thuiskomen met een ‘wat-heeft-zij-nou-weer-geschilderd’ werkje. 
Met het puntje van mijn tong uit mijn mond heb ik het doek bewerkt. Ik heb álles gegeven. Volle concentratie. Maar iedereen was al bijna klaar toen ik nog een halve hortensia moest schilderen. Het vereiste een bepaalde techniek waardoor ik veel tijd per blaadje kwijt was. Geloof me, een hortensia heeft dan ineens heel veel bloemblaadjes!
Eenmaal thuis was ik nog steeds best trots op mijn kunstwerk. Al was hij paars in plaats van oud roze en al had hij veel open plekken waar eigenlijk bloemblaadjes hadden moeten zitten. Totdat iemand me vroeg wat die paarsige dingen met dat groen op dat doek was. Hevig ontdaan vertelde ik dat het wel eventjes mijn hortensia was! Dat mijn bloed, zweet en tranen er bij ingeschilderd waren! Maar het gaf weinig respect. Ineens bekeek ik mijn creatie met heel andere ogen…
Het ding hangt nu in onze hal. Niet aan een schroef of een haakje maar het houdt zich hangende aan een ongebruikte lichtschakelaar. Het kleeft als het ware aan de muur. Wachtende op oprecht respect en waardering die het zekerste weten nooit zal krijgen…
Vorige week kwamen er vriendinnen langs. Eén ervan is nogal nieuwsgierig en mag graag voelen in plaats van kijken. Ze raakte mijn ‘op scherp’ opgehangen kunstwerk aan en jawel, het smakte tegen de grond. In de woonkamer hoorde ik de val en wist gelijk wat er gebeurt was. Mijn hortensia! Zou die kapot zijn? Gebroken? Gescheurd? Maar nee hoor. Zo slecht als ik kan schilderen, zo slecht kan zij dingen laten vallen. Mijn hortensia leeft dus nog… Ik denk wel het geval binnenkort richting zolder verdwijnt.
Want dat kan ik wel heel goed. Dingen laten verdwijnen. Ieder zijn kwaliteiten!

vrijdag 22 juni 2012

Gekken en dwazen...


Bij mijn wandeling in het parkje, vlak bij ons huis, zie ik altijd een mega-grote boom met ingegraveerde initialen. Ergens in een verliefde bui heeft hier de huidige bejaarde generatie staan te jongleren met een zakmes. Jaartallen kan ik niet ontdekken maar de boom heeft een omtrek van meer dan een anderhalve meter. Dus die ouwe kwajongens gingen vroeger met het meisje naar een parkje om daar te vrijen, te friemelen en weet ik wat nog meer… en dan namen ze een zakmes mee! Griezelige gedachte…
In het verkeer zie je ook wel eens een auto of vrachtwagen waar iemand  ‘V I E S’  of ‘ik wil gewassen worden’ heeft opgeschreven. De vinger waarmee dat geschreven was heeft dat vast ook geroepen toen het eenmaal op de auto stond. Nog leuker is het als er allemaal boodschappen, kreten en namen op de auto staan geschreven. Ik lees het meestal lachend. 
Een tijdje geleden ging ik op een avond naar het kroegencentrum van Enschede. En waar wat drank in gaat, moet ook wel eens wat uit. Dus moest ik met frisse tegenzien het toilet bezoeken. Ondanks dat het volgens het onderhoudsschema aan de muur ‘regelmatig’ schoongemaakt werd kon ik de spetters op de bril en het geurtje van mijn voorgangsters niet echt waarderen. Maar er hing toiletpapier dus toen ik een en ander gereinigd had kon ik lozen.
Eenmaal met mijn gezicht naar de deur viel ik bijna van de bril van verbazing. Want op de deur stonden behalve de namen van de dames die er ooit geweest waren ook de namen van de mannen op wie ze ooit verliefd waren. Wie ze misten. Of aan wie ze een bloedhekel hadden. Met wie ze het gedaan hadden en wie goed was in bed en wie niet! Namen met centimeters… Ik vergat van verbazing bijna door te plassen… Jaartallen, hartjes, welk drankje lekker was, ga maar door! En dat was niet alleen met een scherp voorwerp in de deur gegraveerd, maar er ook met viltstiften opgekalkt. Ik heb er even heerlijk zitten gniffelen.
Mijn moeder zei het altijd al: ‘gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen’.
Bij mij komt alweer de vraag bovendrijven hoe iemand er op komt om een viltstift mee te nemen naar de stad. En naar het toilet! Want als ik mijn tasje van die avond op de kop zet komt er weinig uit waarmee ik een deur te lijf kan gaan. Ja, mijn sleutels om ín het slot te steken. Verder dan mijn telefoon en wat tut-prullaria kom ik niet. Waardeloos.
Met mijn zooi krijg ik geen kreet in een boom of deur gegraveerd! En daarbij, het ontbreekt me ook duidelijk aan creativiteit. Want ik zou niet wéten wat ik zou moeten schrijven! Maarja… nieuwsgierig ben ik wel.
Bij een volgend bezoek aan de plaatselijke horeca ga ik naar het herentoilet…

woensdag 6 juni 2012

Kinderlijk geluk...


Ik vraag het me wel eens af: “heb ik dat nou alleen?”. Een tijdje geleden liet ik, zoals zo vaak, de hond uit. Ik zag op het hek van de overburen twee kraaien. Heel brutaal zaten ze me met hun zwarte kraalogen aan te kijken. Ze hielden me in de gaten. Maar ik hun. En ineens deed ik het. Ik sprong in de lucht, klapte in mijn handen en riep tegelijkertijd “Whaaaa”! De kraaien schrokken en vlogen weg. Gniffelend liep ik verder. Ik heb niet gekeken of iemand me heeft gezien maar het voelde zo lekker! Want ik deed iets wat er vast heel dom uit zag maar me toch een heppie-de-peppie gevoel gaf.
Ja, ik geef het eerlijk toe. Ik heb vaker van die momenten. Als iemand voorover staat en ik loop langs heb ik soms moeite me te bedwingen om even een plagend tikje uit te delen. Of om te doen alsóf ik een tikje uit wil delen. Weet je wat ook leuk is? Bij de Ikea in het magazijn met één been op de kar gaan staan, je af te zetten en stuurloos al zingend door de gang te zoeven. Op een fietspad tussen de stippellijn doorzigzaggen. Gekke bekken trekken voor winkelramen of voor de spiegels bij de doe-het-zelf-winkel. In het verkeer heel hard beginnen te lachen naar iemand die compleet gefrustreerd in de auto zit. Het brengt allemaal zo’n belachelijk fijn kinderlijk geluksgevoel bij me naar boven.
Vroeger hield ik me nog wel eens in. Soms. De kinderen riepen dan vol schaamte “mamaaa!!!”. Uiteindelijk hebben zij de moed opgegeven en laat ik me nergens meer door weerhouden. Het zit in me. Dan ontglipt me weer zo’n huppeltje. Doen we tikkertje in de super. Jakkeren we samen met de kar door het magazijn van de Ikea. Lachen we lekker met elkaar en om elkaar. Heerlijk vind ik het. De wereld is al saai genoeg, ik probeer haar af en toe alleen maar een beetje mooier te kleuren. Wat me wel is opgevallen is dat ik het andere mensen nooit zie doen.  Tenminste, nooit als ik ze zie. Die lopen keurig netjes met het kroost door het leven. Oh, ik weet het al…
Die hebben vast heule strenge kinderen! ;-)