woensdag 21 maart 2012

Correctie

Vroeger op school hadden we zo’n leuke correctiepen. Aan de ene kant was het een gewone pen en aan de andere kant zat zo’n witte vochtige stift. En als je met de ene kant wat had geschreven en met de andere kant over de net geschreven letters veegde, waren ze weg. Als sneeuw voor de zon verdwenen. Magisch vond ik dat. En ik noemde het geloof ik een inkt-slurp-pen. Geen slordige schriften meer op school en een tevreden schooljuf. Wie die pen had uitgevonden mocht van mij een gouden standbeeld. Alleen was het nadeel dat je na het wissen niet meer met diezelfde pen over het gecorrigeerde gedeelte kon gaan. Het was met die pen onbeschrijfbaar geworden.



Tegenwoordig moet er ook van alles gecorrigeerd worden. Tenminste, als je er nog een beetje bij wilt horen. Als ik de reclame moet geloven kàn het niet meer.  Het lijkt bijna niet meer van deze tijd. De laatste slogan liet me onlangs in tranen uitbarsten: “corrigeer het verleden en ga  een prachtige toekomst tegemoet…” Voor de duidelijkheid; het waren tranen van het lachen. Het ging hier over een potje anti-rimpel crème!
Nieuwsgiering naar wat ik zelf aan antirimpelcrème in mijn bezit had, ben ik eens even in mijn toiletla gaan neuzen. Die la met deodorant, make-up en andere vrouwelijke hebbedingetjes. Die verboden-voor-mannen-la. Ik heb één grote pot voor dagelijks gebruik en onderin de la vond ik een kleine hoeveelheid monsters. Ooit eenmalig door mij gebruikt en vervolgens onderin de la beland. Je kent zo’n la wel… Afijn, op de etiketten had ik nooit gelet. Het waren heel veel mooie moeilijke onbegrijpelijke woorden. Hier een korte opsomming van wat ik tegen kwam:
Vocht-inbrengend: daar is niets tegenin te brengen. Zelfs een kind weet wat dat is. Regenererend: euh, daar gaan we al. Maar het zal vast wel ergens goed voor zijn.
Re-nutriv: re-nu-wat? Dat zit hem vast in de “re”. Zal ik het opzoeken met Google?
Een tubetje met Ultimate Lift. Kijk, dat is handig. Alles in de lift.
Heel begrijpelijk… toch?!
Verder nog Age-Correcting… nou, het lijkt me stug dat dàt ooit wordt bijgesteld in mijn paspoort.
En Celvernieuwend. Haa, een nieuwe bajes-crème! Ze bedoelen vast dat je hiermee kunt ontsnappen aan rimpels. Toch vreemd; onder de douche scrubben we de cellen d’r af en deze crème is celvernieuwend…
Oh, en ik vond er nog eentje: Intensief Voedend. Juist. Dus daar komen die extra kilootjes vandaan. En bedankt…
Voor wat betreft die slogan: “corrigeer het verleden en ga een prachtige toekomst tegemoet…” zeg ik: “lééf met het verleden en bouw er een mooie toekomst omheen”.
Niks correctie. Heb rimpels. Lekker heel veel rimpels. 
Dan kan iedereen zien dat je geleefd hebt! En dat je hopelijk ook gelachen hebt.
Want mij maken ze niets meer wijs.
Die rimpels, die komen er toch wel. Met of zonder crème.
Het is vast net zoals met die pen van vroeger.
Voor eenmalig gebruik.
En daarna kun je smeren wat je wilt.
Het effect is onzichtbaar!

Gepubliceerd op http://www.absolutelyenschede.nl/

woensdag 14 maart 2012

Lentevitamines

Ik ben dol op alle seizoenen. De warmte van de zomer, de bonte kleuren van de herfst en de koude stille winter. Maar de lente… de tijd dat alles weer in bloei gaat staan… dat de mensen weer naar buiten gaan… dat de verstomde vogels weer gaan fluiten… dàt is toch wel het mooiste seizoen.
En het is ook een rare tijd. Die lente. Want ergens krijgen wij vrouwen dan een kronkel. Of noem het een kriebel. Want het huis moet schoon. We willen nieuwe kleren. Nieuwe schoenen. Een ander behangetje. En de tuin moet worden aangepakt. Iedereen en alles mag naar buiten. Alles moet nieuw, nieuwer, nieuwst. Wat dat kleine beetje voorjaarszon wel niet met onze hormonen doet!
Het is ook best een lastige tijd. Ik weet ’s morgens niet meer wat ik aan moet trekken. En met die winterjas heb ik het helemaal gehad. Ook de dikke bontlaarzen mogen wat mij betreft weer worden opgeborgen. Maar ja, ze zitten bij uitlaten van de hond ’s morgens nog zo lekker warm. Ik smeer alvast wat extra bruin op mijn snuit om in een zomerse stemming te komen en verlang naar mijn witte broek, die overigens nooit langer dan één dag wit blijft. Ik zet tulpen op de vaas en onderdruk uit alle macht een opkomende poetsbui. Jawel, ik geef het van harte toe: ik heb helemaal de lente in m’n bol.
Mijn collega en ik zaten afgelopen week van die eerste zonnestraaltjes te  genieten. Vanachter het glas leek het heel warm buiten. We hadden een supergezonde lunch uit de kantine gehaald en zouden die samen buiten nuttigen. Gezond belegd broodjes en versgeperste jus d’orange. En nét op het moment dat we neerstreken op het picknicksetje verdween de zon achter een hele dikke wolk. De hele ochtend leek de zon geschenen te hebben, maar het gebeurde uitgerekend op dat moment. We namen ons voor om nog heel eventjes te wachten. Je hebt de lente in je bol of je hebt het niet he?
Wat waren we blij met onze dikke winterjassen en onze handen bevroren zowat!
Maar onze beloning hing in de lucht, letterlijk en figuurlijk.  Eindelijk, na een paar steenkoude minuten, kwam het lentezonnetje weer tevoorschijn. Mijn collega sloot haar ogen en stortte zich volledig op de zon. Het leek alsof de wereld om haar heen verdween. Op en top genot. Wat een beetje zon al niet met ons kan doen! Het zonnetafereeltje duurde helaas veel te kort. Er kwam wederom een grote boze wolk en de plicht riep ook weer. Maar tegen dat kortdurende flauwe lentezonnetje… Daar kon geen liter vers uitgeperst sinaasappelsap tegenop!

maandag 5 maart 2012

Pasjes ...

Mijn portemonnee is aan vernieuwing toe. Bij de aanschaf let ik speciaal op één ding: hoeveel pasjes kunnen erin? Want ik word bijna doodgegooid met pasjes. Zelf heb ik een stapel van ongeveer twee centimeter. Gek word ik er van! En dan noem ik nog niet eens de verzamelingen van voetbalplaatjes, Wuppies of Gogo’s…
Ik heb te veel pasjes voor één portemonnee. Dus als ik wil shoppen ben ik zo’n beetje verplicht een schoudertas mee te slepen. Kortingspasjes, klantenkaarten, tankpassen, lidmaatschapspasjes of stempelkaarten. Daarnaast heb ik nog de zorgverzekeringspas, een ponskaartje, een Airmiles- en bonuskaart… O, en alleen al voor mijn werk heb ik vijf pasjes. Te gek voor woorden! Mijn portemonnee lijkt uiterlijk goed gevuld, maar niets is minder waar. Geld zit er bijna niet in want ik gebruik meestal de pinpas. Spaart u nog zegeltjes? ...
Maar nou komt het. Want weet je wat ik nog het meest frustrerende vind? Dat ik bij het afrekenen nét die ene kortingspas of spaarkaart niet bij me heb. Wordt me daar verdorie zomaar een leuk extraatje door de neus geboord!  Nu hebben ze daar in sommige winkels wat op bedacht. Want wat doen ze? Ze geven me de kassabon mee. Daar staat het tegoed aan stempeltjes op, zodat ik bij een volgende aankoop alsnog de gewenste stempeltjes op mijn spaarkaart kan laten zetten… En ik wens u nog een fijne dag mevrouw… Nou, dank u wel! Alsof ik zit te wachten op een lading kassabonnen. Alsjeblieft!
Thuisgekomen gaan die kassabonnen in de la. Wie heeft niet zo’n la thuis? De grijp-maar-raak-la. Het voorkomt dat mijn portemonnee een chaos aan bonnen wordt. En natuurlijk, als ik weer een keer ga shoppen, heb ik die la niet bij me. Dus belandt de hele mikmak met een omweg alsnog in de prullenbak.
Ach, ik ben vermoedelijk niet in de wieg gelegd om dat soort dingen te verzamelen en op het juiste moment bij me te hebben… Maar als ze nou eens al die pasjes digitaal bruikbaar maken voor de mobiele telefoon? Ik heb mijn rijbewijs en paspoort al op mijn mobiel gezet. Kan ik overal aan iedereen laten zien wie ik ben. Het scheelt mij mooi de ruimte van een pasje. Altijd mijn ID in de telefoon. Als ik wordt aangehouden overhandig ik bromsnor mijn mobiele rijbewijs.
Ik ben inmiddels pasjes-gestoord.  
Bij de kassa vraagt de juffrouw uiterst vriendelijk “tasje erbij?”.
De haren vliegen me overeind?  
Wát? Nóg een pasje erbij?  “Nee!”…
Oh, een tasje…
Dank u wel.
En nog een fijne dag…

gepubliceerd op http://www.absolutelyenschede.nl/

donderdag 1 maart 2012

Nieuwsgierig...

Een paar jaar geleden kwam mijn man ’s morgens thuis van zijn werk en plaatste doodleuk een vogelkooi op de keukentafel. Tenminste, daar leek het op. Maar er zat geen vogel in! Een beetje stro op de bodem. Een klein groen huisje met een rood dakje erin. Verder nog wat loopplankjes en een waterbakje. Wat krijgen we nou? Van wie was deze kooi en vooral: wat zat er in?
De kriebels liepen me over de rug bij de gedachte aan enge beesten. Muizen en ratten, ik moet er niets van hebben. Schudden en rammelen met de kooi hielp niet; het bleef angstig stil. Uiteindelijk hield ik het niet meer van nieuwsgierigheid! Sja, je bent een vrouw of niet hè? Dus stelde ik mijn zich in stilte hullende eega de langverwachte vraag “Wat zit er in vredesnaam in die kooi?”. Hij lachte wat geheimzinnig en zei “een monster”. Nou, het was alles behalve een monster, het was een goudhamster!
Vanwege een allergie moest een collega van mijn man hem kwijt. Zijn argumenten als ‘het is echt een leuk beestje’ en ‘ach, ze worden niet zo oud’ trokken me over de streep. Wat dat betreft ben ik gauw overgehaald. Je gaat immers geen gasten weigeren die in nood zitten...
Wat waren we blij met onze gezinsuitbreiding. Onze kinderen waren dol op Pipi. Of het een meisje was, zijn we nooit te weten gekomen. We bleven gewoon ‘hij’ zeggen. Er werd een plastic loop-bal gekocht zodat Pipi het huis onbezorgd kon verkennen. En Pipi vond het heerlijk bij ons. Hij was ook heel actief! Normaal slapen hamsters overdag. Nou, die van ons niet. Als de kinderen ’s middags uit school kwamen stond ‘ie voor het deurtje te trippelen. Dan mocht hij rennen op de keukentafel en dat vond het beestje geweldig! Er werd wat later zelfs een buizensysteem aan de kooi bevestigd zodat de hamster nóg meer kon klimmen. En dat laatste hadden we nooit moeten doen…

In een boze nacht begaf het buizensysteem het en ontsnapte Pipi. Hij ging als altijd heel nieuwsgierig op onderzoek en kwam terecht in het elektrische gedeelte van onze vaatwasser. Daar zette hij zijn vlijmscherpe tandjes in de bedrading….. en toen viel de stroom bij ons uit…
De nieuwsgierigheid van onze hamster werd hem fataal. Dezelfde dag nog hebben we hem begraven bij ons in de tuin. 
Een paar weken later vond ik dat onze jongste dochter zich wat vreemd gedroeg. Wat bleek? Ze had de hamster weer opgegraven want ze wou wel eens zien hoe hij er nu uit zag!
Onder de noemer ‘leergierig’ maar eigenlijk ontzettend nieuwsgierig hebben we samen gekeken.

De details zal ik je besparen.
Sja, je bent een vrouw of niet, he?

gepubliceerd op http://www.absolutelyenschede.nl/

donderdag 23 februari 2012

Mama doet het...

Het is al een tijd geleden maar vergeten zal ik het nooit. Er stond een operatie op stapel waardoor ik minimaal zes weken mijn rechterarm niet kon gebruiken. Even helemaal uit de running. Lastig en vervelend maar ach, mijn gezin stond me half. De huishoudelijk taken werden keurig verdeeld. Zo leerden kinderen en manlief ook eens thuis de handen uit de mouwen steken... 
Ik zal je verklappen, het is niet gemakkelijk om alles uit handen te moeten geven. Vooral niet als je altijd gewend bent om altijd alles zelf te doen. Maar, zoals mijn gezin me beloofde, samen redden we het wel! En ze hadden gelijk. Alleen… De voor mij doodnormaalste zaken van de wereld werden door het hele gezin voluit besproken en geëvalueerd. Ze stonden nog net niet in de krant! Kijk mam, ik heb gestofzuigd. En met de was geholpen. Boodschappen gehaald. Opgeruimd. Gestoft. Gedweild. Tafel gedekt. Je kent het wel, die rotklusjes, dus noem ze allemaal maar op. Daar draaide ik mijn hand nooit voor om. Ik sprak er niet over, ik dééd ze gewoon. En al werden niet alle klusjes uitgevoerd zoals ik het zelf zou hebben gedaan, ik had geen keus en berustte me in mijn lot. Ik moest toezien hoe de meute om me heen een huishoud-complot vormde.
Mijn man bereidde het avondeten. En al die weken dat hij kookte heeft hij niet één keer hetzelfde op tafel gezet. Een hele prestatie. Hiervoor werden dan ook kosten noch moeite gespaard. We hebben zelfs op een doordeweekse dag rosbief gegeten. Stond in het kookboek. Het kost wat, maar dan heb je ook wat. Ja, ja, ik geef het toe: het was verrukkelijk! Elke avond een verrassingsmaaltijd.
Toch… Elke avond werd hij aan tafel meerdere malen door de kinderen geroemd en geprezen. Hij vroeg er ook echt naar! En de reactie was elke avond hetzelfde: “Mmmm, ja pap, je hebt weer lekker gekookt … Echt héérlijk! Toch mam?!” En dat was het ook. Maar ik begon me toch af te vragen waarom we telkens moesten zeggen dat het zo lekker was. En dat de kinderen dat dan ook zo gingen melden. Was er iets mis met mijn kookkunsten? Mij werd nooit gezegd dat ik lekker had gekookt! Ik kreeg hooguit een knikje. Meer niet.
Afijn, mijn schouder was na een aantal weken wat flexibeler en ik mocht weer plaats nemen in de keuken. Maaltijd na maaltijd toverde ik weer op tafel. Op mijn vraag of het lekker was, kreeg ik het bekende knikje. “Ja, lekker” kon er nog nèt van af. Of zoals mijn wederhelft dat dan zeer teder kan zeggen “ja, dit kun je wel binnen houden…” Mijn eten had absoluut geen smaakverschil met dat wat hij had gemaakt, maar het was allemaal weer zo gewoon. Mams deed weer alle klusjes en stond mooi achter het fornuis. Dus niet te veel zeggen, anders moeten we aan het werk. Eigenlijk deed iedereen weer zijn ‘oude’ ding. Niets hoefde er nog in de krant…

Het was goed dat ons gezin toen heeft gezien wat een gemiddelde werkende moeder allemaal doet. Of ze wat geleerd hebben betwijfel ik soms. Want als de vaatwasser nu schoon is en ze doen per ongeluk het deurtje open, dan worden ze al bang.  
Oe, gauw die deur weer dicht! 
Dat geglim doet zeer aan de ogen.
En ach… mama doet het wel…


gepubliceerd op http://www.absolutelyenschede.nl/

zaterdag 11 februari 2012

Een andere vakantie...

De vakanties met het gezin zijn altijd heerlijk geweest. We zijn sinds jaar en dag kampeerders in hart en nieren. Met de caravan en de halve inboedel op weg naar zon, zee en strand. Als echte Hollanders met onze eigen aardappelen en uien. En ik ben nooit iets tekort gekomen, echt niet. Het waren ontspannende en inspannende vakanties tegelijk. Een vakantie met het gezin blijft je namelijk bezig houden. Want het is niet zo dat je dan ineens geen mama meer bent. Ik ben van mening dat, als je die taak eenmaal op je hebt genomen, je daar je leven lang aan vast blijft zitten. En zo hoort dat ook. En een ander soort vakantie zonder de kinderen kwam niet eens in me op! Ik hoorde van andere vrouwen dat ze zonder kinderen en alleen met vriendinnen op vakantie gingen. Ik vond dat maar raar. Want hoe kun je nu zomaar zonder je gezin op vakantie gaan? Dat is toch niet leuk?

Maar een paar jaar geleden zaten mijn twee vriendinnen en ik op een avondje bij elkaar. En de man van mijn vriendin vroeg waarom we niet eens samen weg gingen. Met z’n drietjes. Naar een lekker warm land. Een weekje ‘bijtanken’. Natuurlijk had ik gelijk mijn bedenkingen. De kinderen waren nog jong. De jongste was 11, de oudste 13. En met een echtgenoot met onregelmatige werkuren vond ik ze te jong om alleen thuis te laten. Gelukkig boden opa’s en oma’s uitkomst.

Dus, wat ik nooit had kunnen bedenken, gebeurde. We boekten met ons drietjes een reis naar de zon. Een weekje all-inclusive in een Turks vier-sterren hotel. Het was een klein en knus hotel. Maar alles zat er op en er aan. We vonden het alle drie spannend, misten onze gezinnen, maar deden waar we voor kwamen: genieten van rust en van het heerlijke weer.

Tijdens die vakantie merkte ik eigenlijk wat ik zoal doe tijdens de vakanties met het gezin. Ik miste het wel en niet. Want ik vond het heerlijk dat ik niets hoefde te doen. Geen bed opmaken. Niet te bedenken wat ik ’s avonds op tafel moest toveren. Niet afwassen, opruimen, stofzuigen, afstoffen. Eigenlijk hoefde ik niets. Alleen maar op te staan, aan te schuiven en de rest van de tijd te genieten. Een onbekende wereld opende zich voor me. Het all-inclusive hotel-leven. En dat voor een weekje. 

Maar ik wou toch ook de vakanties met het gezin niet missen. Voor geen goud! 

Weer thuisgekomen kon ik meteen weer volop aan de bak. Het gezinsleven was thuis gewoon doorgegaan. Er lag een mooie berg wasgoed en daar kon mijn eigen koffer ook nog wel bij. En het deerde me niet. Want ik was mijn gezin dankbaar dat ze me deze kans hadden gegeven om dit met mijn vriendinnen te doen. Dat ze me dit gunden.

Je snapt dat die vakantie naar meer smaakte. Dus sinds dat jaar zijn mijn vriendinnen en ik ieder jaar een weekje uit de realiteit van werk en gezin ontsnapt. En wat hebben we samen vreselijk gegierd van het gelachen. Maar ook gejankt. Zoals vriendinnen doen.

En onze vriendschap, die kreeg een extra tintje.
Het tintje van de Turkse zon!


Zonnige groeten,
Lorette

in februari 2012 gepubliceerd op de site van szomers.nl 

maandag 6 februari 2012

Een sprookje...

Er was eens… een vrolijk onbezorgd meisje. Haar naam was Isabel. Ze leefde in een wereld vol liefde en geluk. Overal zag ze vrienden en mogelijkheden. En ze was nooit alleen.
Want op haar linkerschouder zat Bengeltje. Die fluisterde Isabel lieve en aardige dingen in. Over wat ze kon zeggen. Hoe ze vriendelijk kon zijn. Hoe ze aardig gevonden kon worden. Dat ze bepaalde dingen niet moest doen. Omdat ze dan misschien iemand zou kwetsen. En ze wou toch zelf ook niet gekwetst worden? Bengeltje had nog veel meer van dat soort lieve-aardige-leuke adviesjes. De hele dag kwaakte die Bengel erop los. En het ging goed met Isabel.
Maar op haar rechterschouder zat Bungel. Isabel noemde hem zo omdat ze niet zoveel met Bungel gemeen had. Hij ‘bungelde’ er maar een beetje bij. Alles wat Bengel voorstelde werd door Bungel de grond in getrapt, genegeerd of belachelijk gemaakt. Bungel had het niet zo op lief, leuk en aardig. Bungel was hard. Knetterhard.
Op een koude donderdagavond loopt Isabel door de stad. Het is koopavond. Dan vindt ze de stad op haar mooist met al die lichtjes en kleurtjes. Ze houdt van deze stad.
Als ze een grote winkel binnen wil gaan staat Isabel even stil in de heteluchtverwarming die gratis de straat op vliegt. Bengel verzucht “ooh, hier is het lekker, blijf even staan om warm te worden!” terwijl Bungel sist “wat ’n energieverspilling! Belachelijk!”. Hoofdschuddend en glimlachend tegelijk loopt ze verder. Dan loopt er een moeder met een nogal brede kinderwagen voor haar. Bengel zegt “Ach kijk, wat een lieve baby’s!” terwijl  ze in de kinderwagen gluurt. Bungel snauwt “Mens, sodemieter eens op met die bak! Hoppa, aan de kant. Die blagen van jou hadden al lang in bed moeten liggen.”
Isabel merkt meer en meer dat ze niet in balans is. Want Bungel krijgt de overhand. Hij schreeuwt harder dan Bengel. Bengel wordt stiller en stiller.
Isabel krijgt ook zelf de neiging om zich negatief uit te laten. Over van alles en nog wat. Over de euro. Over programma’s op tv. Over kinderen. Europa. De wereld. Het heelal. Waar ze ook maar een belachelijke bewoording van kan maken; ze zit er bovenop. Middelvingers schieten omhoog. Vingers wijzen naar haar voorhoofd. En daarbij spreekt Bungel slecht over Bengel. Alle remmingen leken weg bij Isabel. En terwijl Bungel al bozer en roder wordt, zit Bengel er maar witjes bij…
Isabel mist Bengel. Ze mist de liefde en tederheid. Ze merkt dat ze door Bungel wordt gemaakt tot een persoon die ze niet wil zijn. Bengel fluistert af en toe nog wat, maar over het algemeen is het stil…
En dan, ineens, is Isabel het zat. Ze kan er niet meer tegen. Het vreet haar op. Het kost haar meer en meer energie. En dat allemaal door die vervelende Bungel! Altijd dat gestuntel met andere mensen. Altijd negatief. Ze voelde steeds vaker hoe zwaar hij op haar schouder leunde. Hoe hij de overhand had bij haar woorden en beslissingen.
Uiteindelijk kwam Isabel tot de conclusie: de knop moest om. Die Bungel moest weg. Opzouten. Weg ermee. Het land uit. Of beter nog: de wereld uit.
“Ja maar” zo fluisterde Bengel, “die Bungel meent het niet zo…”
Waren dat nou de woorden van een softie? Een zacht ei? Nee, het waren de woorden uit een goed hart.. Wat een lieverd. Het hart van goud had gesproken.
Isabel dacht na en ze stuurde Bungel uiteindelijk op cursus naar zo’n ‘tsjakka’-goeroe. Daar kon hij op zoek naar evenwicht. Naar liefde en respect. Naar yin en yang. Positief zijn. Geluk zoeken en vasthouden.
En allemaal moesten ze vergeten en vergeven. En samen doorgaan. Sámen op weg naar een mooie zinvolle toekomst.
En het mooie van dit verhaaltje is natuurlijk: ze leefden nog lang en gelukkig!
De moraal van het verhaal: probeer het positieve in het leven te zoeken, te vinden en vast te houden. Het maakt alles zoveel gemakkelijker.
Was het een sprookje? Dat hoop ik niet.
Want ach, die Bengel…
Is soms nét een engel….