maandag 14 april 2014

Echt állemaal hetzelfde?!

Tijdens een telefoongesprek op mijn werk kijk ik uit het raam en ben ik getuige van onderstaand tafereel…
Een student komt aangefietst. Slingerend stuurt hij het fietsenhok in. Oeps! Hij raakt een op het hoekje geparkeerde lichtblauwe fiets. Deze stond misschien wat te wiebelig op de standaard? Klabam! Met een smak valt de lichtblauwe fiets om. De student ziet het gebeuren. Hij fietst echter eerst verder het hok in en parkeert met een rotgang zijn eigen oude vehikel in de stalling. Die fiets van hem is waarschijnlijk gekocht voor een kratje bier. De jongeman zet zijn brik op slot en loopt terug langs alle geparkeerde fietsen, naar de omgevallen fiets.
En dan dénk je, verwácht je en hóóp je dat hij die omgevallen fiets oppakt en hem eventjes rechtop zet. Want per slot van rekening is het zijn schuld dat de fiets is gevallen. En ach, hoeveel moeite is het nou? Het kost hem hooguit 15 seconden. 
Maar nee hoor. Die snotneus loopt door en laat de fiets liggen…
(Zo’n tiepetje haalt me dus het bloed onder de nagels vandaan! Kan ik echt gefrustreerd van raken…)
Als de 'foute student' uit mijn blikveld is verdwenen komt er weer iemand aangefietst. Het is een meisje. Zou zij misschien? Meisjes zijn over het algemeen… Laat maar. Ik hou mijn adem al niet meer in want helaas, ook zij neemt niet eventjes de moeite om de omgevallen fiets op te pakken. Terwijl zij haar eigen stalen ros nota bene náást het omgevallen exemplaar zet. Pal ernáást!
(Nagelbijtende frustratie en jeukende vingers. Gedachten als: “Ze zijn verdomme állemaal hetzelfde!”, “Wat een mentaliteit!” en “De wereld is kapot” komen in mij naar boven.)
En welja, het is vast collegetijd, daar komt er nóg eentje aangefietst. En hoe. In een slakkentempo daar zeg je "U" tegen. Hij valt nog nét niet om. Ter-gend traag! En natuurlijk een telefoon aan het hoofd. Bla bla bla. Ja, bellen, dát kunnen ze allemaal wel! En zie, ook deze studiebol fietst langs de omgevallen fiets het hok in. Tadaa, weer zo eentje.
(Ik ben klaar voor een scheldkanonnade. Voel je mijn frustratie? Ze gaan echt allemaal over één kam nu hoor! Kom maar op!)
De bolleboos verlaat het fietsenhok niet maar blijft al telefonerend bij zijn ijzeren ros staan. Tja, hij heeft waarschijnlijk eventjes twee handjes nodig om zijn fiets op slot zetten. En die heeft ie niet hè? Nee, want meneertje moet zo nodig met zijn bla bla bla aan het hoofd staan…
Dan is het telefoongesprek afgelopen en zet de student zijn fiets op slot. Netjes met beide handjes. En hij pakt zijn tas van de bagagedrager. 
(Ondertussen denk ik "Whaaaah… ze zijn echt allemaal hetzelfde; wedje maken? Het is vast een studenten-mentaliteitje! Toe maar, loopt maar door!")
De student sjokt het fietsenhok uit. Mobieltje opnieuw in de hand. Moet ie de mail nog even checken? O, je mag niets missen hè manneke? 
Dan komt hij bij de omgevallen fiets en … 
Hij stopt.
Watte??? 
Jahaa, hij stopt! 
Hij buigt zich voorover en pakt de fiets op. Hij zet hem keurig op de standaard. Netjes terug op de oorspronkelijke plek.
Mijn jeuk verdwijnt op slag. Ik word zelfs vrolijk. 
Haaaaalleluja! Het bestaat dus nog! Ze zijn dus niet ALLEMAAL hetzelfde!
Ze zijn BIJNA allemaal hetzelfde.
En dat … dat is tóch anders. 


vrijdag 11 april 2014

Het vragenverhaal

Ietwat ongeduldig stond ze te wachten op de taxi. Haar koffer stond gepakt bij de voordeur. Haar oranje rugzak stond ernaast, gevuld met zaken die ze gelijk voorhanden moest hebben en spullen waar ze niet zonder kon. Dát vond ze misschien nog wel het moeilijkste van deze onderneming; beslissen wat ze wel en niet mee zou nemen. 
Het liefst had ze alle mensen die ze lief had meegenomen. Maar dat kon niet. Ze liet ze achter en dat was best pijnlijk. Een grotere beslissing dan weg te gaan kon ze eigenlijk ook niet nemen. Ja, niet verhuizen. Maar dat was voor haar geen optie meer. Haar hart lag niet meer in dit kikkerlandje...
Op een zomerse avond begon het te knagen. Politiek, de zorg, bezuiniging na bezuiniging, ze had er niets meer mee. Ze had het gehad met de kneuterigheid en het betuttelende sfeertje. Ze wou weg, de grote wereld verkennen! Er was voor haar toch wel meer dan haar balkonnetje en haar belachelijk drukke baan?
Ze kon zich de voorgaande jaren gelukkig prijzen, haar vakanties waren niet de minste geweest. Behalve de door haar zo geliefde 'republiek Twente' had ze Friesland, Duitsland, Turkije, Egypte, Spanje en Italië al gezien. Deze landen hadden keer op keer haar hart gestolen. Ze zag het als een voorproefje van hoe de wereld er verder uit zou kunnen en moeten zien. Van die vakanties had ze altijd oprecht genoten. De zorgeloosheid en de ongedwongen leefstijl lagen haar wel. Ze zag zichzelf na zo'n vakantie dan ook telkens wegdromen aan een verre kust van bijvoorbeeld Australië. En ze wou Nieuw-Zeeland en Taiwan ontdekken en tropische eilanden verkennen. De vrijheid die ze zichzelf had toebedacht lag in ieder geval niet meer hier, daar was ze van overtuigd! Denkbeeldig zag ze in verre oorden de lucht trillen boven het asfalt. Zichzelf zittend bij een kampvuurtje haar eten bereiden en de nacht doorbrengen in een hangmat. Stoffige paden, hoge bergen en echte bossen waar nog nooit iemand was geweest. Dát moest ze zien, voelen en beleven.
En ja, het achterlaten van haar dierbaren hoorde bij deze onderneming. Maar als ze het niet zou doen dan zou ze voor altijd spijt hebben gehad. Ze was overtuigd dat ze met haar goede dosis optimisme het gemis wel zou aankunnen. Ze nam haar geliefden uiteindelijk ook gewoon mee: in haar hart. Met die gedachte kon ze gemakkelijker vertrekken naar de lonkende vrijheid van de grote onbekende wereld die voor haar lag.
Ze was zich er meer en meer van bewust dat ze het verleden af moest sluiten. Ze kon het toch niet overdoen maar het wel koesteren. Het verleden meenemen op haar reis. Die speciale avond in 2006, haar trouwdag en haar eerste schoolliefde toverden zonder moeite een glimlach op haar gezicht. Maar gelijktijdig dacht ze met weemoed aan haar overleden vriendin en haar ook veel te jong gestorven vader. Met telkens de eindigheid van haar bestaan in haar achterhoofd was ze zeker dat het goed was om nu te gaan. Want alle liefde en fijne herinneringen nam ze toch wel met zich mee en door aan ze te blijven denken bleef het een onderdeel van haar. Het had haar ook uiteindelijk gemaakt tot wat ze was en tot hoe ze was, gelukkig, vrij en onafhankelijk. En... besluitvaardig.
Haar taxi reed voor. Resoluut pakte ze de rugzak en haar koffer.
Nog één keer keek ze rond in haar kale huisje. Toen trok ze de deur achter zich dicht.
Ze voelde tranen opkomen en deed geen moeite ze te stoppen. Het waren tranen van verdriet en tranen van vreugde. Haar reis begon.
Het verhaal kon beginnen...




... Ik kwam op het idee om via Facebook een aantal vragen te stellen en de antwoorden te gaan verwerken in het reisverhaal van Sarah, een verzonnen persoon. Hoe het verhaal gaat lopen, ik heb géén idee. Maar: Sarah is onderweg! 
Met dank aan mijn Facebookvrienden! 
:-)

dinsdag 25 februari 2014

Het zeepje...

Handen wassen doe je met zeep. Bij de meeste mensen is dit dan het algemene ritueel:
  1. Met je vieze handen loop je richting de wasbak
  2. Hou je ene hand onder de zeepdispenser en met je andere druk je op het pompje
  3. De zeep vloeit in je ene hand
  4. Beetje water erbij
  5. Beide handen goed wassen
  6. Afspoelen
  7. Kraan uit
  8. Het overtollige water van je handen schudden
  9. Handen drogen aan een handdoek
En klaar! Een kind kan de was doen.

Maar je kunt ook zomaar afwijken van allerlei rituelen. Bijvoorbeeld bij de uitvoering van punt 1. Dan loop je niet rechtstreeks naar de wasbak maar dan zit je onderweg nog even met je handen aan een paar witte deuren. Of aan de witte keukenkastjes. 

Bij gebruik van een ouderwets zeepje wordt stap 2 iets ingewikkelder. Dan wordt het zoiets als "Je pakt het zeepje en laat het door je vieze handen glijden zodat een fijn sopje ontstaat". En echt waar, neem van mij aan, niets sopt zo lekker als een ouderwets zeepje. Schuim er lekker op los en smeer het aan de kraan en op het aanrecht. 
Bij een zeepje wordt daarna de volgende stap: Leg het zeepje terug.
Of (een wellicht zeer logisch vervolg): Laat het zeepje vallen...
Zo zie je, het ouderwetse zeepje biedt spannende mogelijkheden!

Maar gebruik je zo’n supermoderne volautomatische zeepdispenser, dan luidt stap 2 heel saai: hou één hand onder de zeepdispenser.
Meer hoef je dan niet te doen. Alles gaat automatisch. Ja, je moet nog wel zelf je handen wassen. Maar níemand komt aan jouw zeepdispenser. Niemand! Hoe heerlijk is het om te weten dat jouw zeepdispenser blijft staan. En dus hygiënisch blijft. Al was je pas je handen nadát je aan een zeepdispenser hebt gezeten...

En dan het water-van-de-handen-schudden. Het water er vooral goed hard van afschudden! Zo hard dat in een wijde omtrek rondom de wasbak duidelijk is dat je aan het werk bent geweest. Omliggende muurtegeltjes of ramen en de onderkant van de bovenkastjes niet vergeten mee te nemen. Toe maar! Wapperen met die handjes!

En dan het afdrogen. Neem je tijd. Die handdoek hangt wellicht op ruim een meter van de kraan. Beweeg je er langzaam naar toe. Nog langzamer. Lek onderweg nog wat achtergebleven water. En toe, wapper nog een keertje extra om ook die laatste druppels op de meest onlogische plekken achter te laten...
Je bent geweldig!

En na het handen drogen laat je de handdoek prachtig in elkaar gefrommeld op het aanrecht liggen…
Zo.
Jij bent klaar.


Ja.
Jij wel……




knoppen


Het bruine riet ritselt bij de sloot
Zo dor, de hele boel lijkt dood

Maar kijk nu eens goed uit je doppen
dan zie je overal nieuwe knoppen

Blij slaak ik een diepe zucht
want... er hangt voorjaar in de lucht




















vrijdag 21 februari 2014

Momenten

het gras begint te groenen
bloesems zijn aan het bloemen
een dik vest wordt een dunne trui
sneeuw een kleine regenbui
de stilte neigt naar fluiten
en binnen wordt weer buiten


dat zijn van die momenten
dat je voelt… 
             het wordt weer LENTE!


donderdag 20 februari 2014

Helemaal niets

Gisteren was het patatjes-dag. Niet dat ik zin had om patat te bakken, want daar gaat mijn kleding en haar van stinken. Maar ik had geen puf om te verzinnen wat ik nou weer op tafel moest toveren. En zo stonden behalve de patat ook frikadellen, kroketten en kipnuggets op het menu. Geen bami-schijven want die waren uitverkocht in Hotel Mama. En ik had geen zin om naar de winkel te gaan om wat bij te kopen. Eigenlijk… héél eerlijk gezegd… had ik helemaal nérgens zin in. 

Die middag had ik heerlijk gewandeld met een lieve vriendin en onze honden. We hadden gezellig samen koffiegedronken en toen zij weg ging heeft ze behalve haar lieve natte stinkende hond waarschijnlijk ook al mijn goede zin meegenomen. Want na haar vertrek vond ik het allemaal wel welletjes. En we hadden niet eens samen een wijntje gehad!

De fut was eruit. De televisie ging aan en daar zat ik. Midden op een doordeweekse dag met nog 1001 dingen te doen zat ik naar de Olympische Spelen te kijken. Ergens die namiddag heb ik nog in een vlaag van verstandsverbijstering de wasmachine en de afwasmachine aangezet maar voor de rest was het Hotel Mama op z’n slechtst.

Ging die dag mijn ijdele hoop nog heel even uit naar De Waard des huizes; al gauw ontdekte ik dat het geen ‘Hotel Papa’ werd. Hij was op het werk door een potje voetbal uitgeschakeld. Geweldige sport hoor, dat voetbal. Alleen die blessures…..

De overige hotelgasten waren al dagen, nee jaren besmet met het niets-doen-virus. En zo gebeurde het dat ik me gisteren een gast in mijn eigen huis voelde. Best vreemd om te ervaren. Maar: het was een echte eye-opener! Want zó voelt dat dus. Dát doen mijn hotelgasten de hele tijd. Beetje de beentjes op de poef gooien. Wat rondkijken en zo nu en dan eens praten. En heerlijk uitrusten. Best wel chill!

Afijn. Na de patatten en een eigenlijk iets te lange avondwandeling met mijn lieve buurvrouw en haar enthousiaste hondebeest, ben ik letterlijk en figuurlijk op de bank geploft. 

Zo.
Dat was het dan.
Beentjes omhoog en niets meer.
Niets meer….

Toen ik mijzelf rond middernacht van de bank takelde, zag ik het goed gevulde aanrecht.
Ik rook de frituurpan en het kleine restje van de rauwe ui.
Zag de flessen ketchup en mayonaise.
De vuile bordjes, messen, vorken.
Een ontplofte keukentafel.
Jassen, tassen, sjaals, perforator, nietmachine…

Ja doei! Welterusten!
Mórgen.
Dan is Hotel Mama weer geopend...


dinsdag 18 februari 2014

Die Sven...

In de trein wordt ik door de sociale media fijntjes op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen rondom de 10 kilometer schaatsen. Uitgerekend vandaag had ik een vergadering in Arnhem. 
De trein stopt net iets over half vijf en de uitstappende passagiers trekken zelfs een sprintje. Ze kunnen misschien nog net Sven Kramer zien finishen. Ik trek mijn koffer voort over het asfalt. Een boel kabaal maar niemand die het hoort. Straten zijn leeg. Het dorp lijkt uitgestorven. Massaal zit iedereen voor de televisie. Ik hoor, behalve mijn kofferwieltjes, de vogeltjes vrolijk fluiten. Verder is het grijs en windstil. Hallo! Leeft er hier eigenlijk nog wel iemand?
Thuisgekomen zet ik snel de televisie aan. De hond blijft vrolijk blaffen en kwispelen maar ik wil maar één ding: Sven zien finishen. "Hond! Stil! Nu even niet!"
Maar helaas. Ik ben te laat. Ik zie Jorrit Bergsma met opgeheven handen en in beeld staat "Olympisch goud voor Jorrit Bergsma". Wát? Heeft Sven geen goud?" Ik gun het Jorrit. Tuurlijk. Ik gun het hem van harte zelfs! Hij heeft er knettertjehard voor gewerkt.
Maar... weet je... na die misser op de vorige Spelen gunde ik het Sven nu zo verschrikkelijk... Hij was dé reden dat half Nederland vanmiddag aan de buis gekluisterd zat. Iedereen zag in hem een Olympisch kampioen. En hij had zich enkel en alleen op deze afstand geconcentreerd en gefixeerd...
Hoe dan ook. Jorrit Bergsma heeft wél die gouden plak. En verdiend, zo heb ik begrepen. Want dat wordt door alle sport-prietpraat ná zo'n wedstrijd allemaal net iets te breed uitgemeten en herhaald.
Jorrit, gefeliciteerd kerel. Ik ga in de herhaling je rust, trance en slagen bewonderen. Klasse wat jij hier hebt neergezet.
En Sven... jongen... sterkte met alles! Ik had het je zó gegund...
Ik ben hoe dan ook onmeunig trots op jou en je zilveren plak!
X