donderdag 20 februari 2014

Helemaal niets

Gisteren was het patatjes-dag. Niet dat ik zin had om patat te bakken, want daar gaat mijn kleding en haar van stinken. Maar ik had geen puf om te verzinnen wat ik nou weer op tafel moest toveren. En zo stonden behalve de patat ook frikadellen, kroketten en kipnuggets op het menu. Geen bami-schijven want die waren uitverkocht in Hotel Mama. En ik had geen zin om naar de winkel te gaan om wat bij te kopen. Eigenlijk… héél eerlijk gezegd… had ik helemaal nérgens zin in. 

Die middag had ik heerlijk gewandeld met een lieve vriendin en onze honden. We hadden gezellig samen koffiegedronken en toen zij weg ging heeft ze behalve haar lieve natte stinkende hond waarschijnlijk ook al mijn goede zin meegenomen. Want na haar vertrek vond ik het allemaal wel welletjes. En we hadden niet eens samen een wijntje gehad!

De fut was eruit. De televisie ging aan en daar zat ik. Midden op een doordeweekse dag met nog 1001 dingen te doen zat ik naar de Olympische Spelen te kijken. Ergens die namiddag heb ik nog in een vlaag van verstandsverbijstering de wasmachine en de afwasmachine aangezet maar voor de rest was het Hotel Mama op z’n slechtst.

Ging die dag mijn ijdele hoop nog heel even uit naar De Waard des huizes; al gauw ontdekte ik dat het geen ‘Hotel Papa’ werd. Hij was op het werk door een potje voetbal uitgeschakeld. Geweldige sport hoor, dat voetbal. Alleen die blessures…..

De overige hotelgasten waren al dagen, nee jaren besmet met het niets-doen-virus. En zo gebeurde het dat ik me gisteren een gast in mijn eigen huis voelde. Best vreemd om te ervaren. Maar: het was een echte eye-opener! Want zó voelt dat dus. Dát doen mijn hotelgasten de hele tijd. Beetje de beentjes op de poef gooien. Wat rondkijken en zo nu en dan eens praten. En heerlijk uitrusten. Best wel chill!

Afijn. Na de patatten en een eigenlijk iets te lange avondwandeling met mijn lieve buurvrouw en haar enthousiaste hondebeest, ben ik letterlijk en figuurlijk op de bank geploft. 

Zo.
Dat was het dan.
Beentjes omhoog en niets meer.
Niets meer….

Toen ik mijzelf rond middernacht van de bank takelde, zag ik het goed gevulde aanrecht.
Ik rook de frituurpan en het kleine restje van de rauwe ui.
Zag de flessen ketchup en mayonaise.
De vuile bordjes, messen, vorken.
Een ontplofte keukentafel.
Jassen, tassen, sjaals, perforator, nietmachine…

Ja doei! Welterusten!
Mórgen.
Dan is Hotel Mama weer geopend...


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen